Jannet Jonk: 'Samen de stap naar de voorkant maken'
De druk op de complexe jeugdzorg neemt toe, terwijl veel problemen eerder gesignaleerd en aangepakt zouden kunnen worden. Jannet Jonk, directeur regio Noord-Holland bij Youz (onderdeel van de Parnassiagroep), zet zich in voor vroegsignalering en vroege interventie. Ze laat zien hoe samenwerking tussen scholen, jongerenwerk en zorg de veerkracht van jongeren kan versterken.
Jannet, je maakte de overstap van zakelijke diensverlening naar de zorg. Hoe heb je die overstap ervaren?
‘Ik heb me in het begin enorm verbaasd over wie allemaal bij overleggen en beslissingen worden betrokken. Zeven jaar geleden, toen ik bij Youz (Kind- en jeugdbedrijf (GGZ) startte, was net de decentralisatie van de jeugdhulpverlening ingezet. De verschillende inrichtingen hiervan per gemeente maakte het complex, toch merkte ik dat ‘de zorg’ goed bij mij paste.
Hoe kijk je er nu tegenaan?
'Alhoewel ik mij nog steeds verbaas iedere dag, begrijp ik de reden van decentralisatie. Zorg en begeleiding kan dichterbij in wijken worden geboden, dichtbij of in school. Complexe zorg daarentegen is minder logisch vanuit de gemeente. Ondanks initiatieven die ontstaan, neemt de druk op die complexe zorg toe. Kinderen met complexe problematiek komen vaak bij verschillende aanbieders terecht die steeds opnieuw diagnostiek en onderzoek starten. We komen kinderen tegen die al bij 13 of 14 locaties in beeld zijn geweest. Dat zou echt anders moeten.'
Als directeur van een jeugdhulpverleningsorganisatie ga jij samenwerkingen aan die niet voor de hand liggen. Waarom vind je dat belangrijk?
‘Ik geloof in de driehoek jongerenwerk, onderwijs en onze jeugdhulpverlening-expertise. Via reguliere routes zien wij jongeren meestal pas op het moment dat het misgaat en dan zijn ze vaak aangewezen op langdurige (FACT) zorg of forensische trajecten. Wij willen daarom niet wachten, maar eerder in beeld komen en brengen wat nodig is. De samenwerking met de jongerencommunity Triple ThreaT is hier een mooi voorbeeld van. Daar zit een behandelaar van ons en die niet op ‘klassieke wijze’ werkt, maar wel relevante expertise brengt. Hij is een systeemtherapeut, die gewend is in de context te werken en meewerkt in ons scholenprogramma.’
Zie jij voor de jeugdhulpverlening een preventieve rol binnen die driehoek?
‘Ja, absoluut. Via bijvoorbeeld de Open Up sessies van ons scholenproject, kunnen we signaleren of er echt iets met een jongere aan de hand is, en direct hulp bieden. Dat komt zelden voor, maar het idee dat een behandelteam klaarstaat is voor scholen comfortabel. Door onze kennis en expertise is zo’n sessie bij ons in goede handen. Helaas besteden niet alle scholen aandacht mentale gezondheid en kinderen onderling weten steeds minder van elkaar. We merken gelukkig wel, dat ze bij onze sessies, waarbij een rolmodel met ze in gesprek gaat, veel durven delen. Dat zorgt voor verbinding in de klas en ook de mentor krijgt beter zicht op wat er speelt in de groep.'
Hoe kan de cultuur op scholen volgens jou verbeteren?
‘Mentoren spelen een belangrijke rol. Wij trainen hen beter te signaleren en reageren, zodat minder snel doorverwezen hoeft te worden naar specialistische hulp. Docenten hebben hun eigen vak, maar via de mentorfunctie kunnen we mentale gezondheid concreet ondersteunen.'
Welke rol speelt de sociale omgeving van jongeren?
'We zouden veel meer moeten inzetten op het versterken van de context. Verbinding binnen het gezin en de omgeving is daarbij essentieel. Het idee van ‘fix my child’ bij ouders helpt niet; sommige ouders vragen meteen diagnoses of medicatie, terwijl het vaak veel effectiever is om eerst te kijken hoe de omgeving het kind kan ondersteunen.'
Hoe wordt ingezet op het versterken van de sociale context?
‘In Haarlem hebben, door een enthousiaste ambtenaar bij gemeente Haarlem, organiasties hun krachten gebundeld in de Alliantie Mentale Gezondheid. De alliantiepartijen hebben elkaar echt wat te bieden. Wij hebben bij Youz bijvoorbeeld met hulp van Triple Threat een speciale ruimte ingericht met een groot graffitidoek, waar jongeren zich thuis voelen. En we zien andersom dat wij in klassen echt iets kunnen toevoegen tijdens gesprekken over kwetsbare onderwerpen. Als een kind lacherig of onaardig reageert, is een docent gewend die leerling weg te sturen, terwijl onze behandelaar daarover juist het gesprek aangaat. Dit versterkt zowel de context als de sociale veerkracht van kinderen.’
Wat heb je van de gemeenten nodig om deze aanpak te versterken?
‘Wij doen iets wat nergens onder valt. Niet onder de jeugdwet en het hoort ook niet bij onderwijs. Dat maakt het financieel ingewikkeld, alhoewel ik mij daardoor niet wil laten weerhouden. Wat ik nodig heb verschilt per regio. Soms middelen, maar meestal zichtbaarheid en erkenning. Er is naar mijn weten geen andere specialistische jeugdhulpverleningsorganisatie, die écht die stap naar de voorkant maakt, die de gemeente eigenlijk al heel lang wil maken. Daar praat ik over en ik probeer nieuwe connecties te maken met partijen die op vergelijkbare wijze verandering inzetten. Ook intern vraagt dit project om mensen die breder denken dan de ‘traditionele zorg die we al jaren leveren’.
Staat de Parnassiagroep zelf open voor de beweging naar de voorkant?
‘Intern moesten we eerst uitleggen waarom we dit wilden doen. We zijn kleinschalig begonnen, organisch. Ik heb contact gelegd met Okrah van Triple ThreaT omdat ik benieuwd was hoe zij zorgden voor verbinding met die jongeren doelgroep, want daar zijn zij zo goed in. Daarna hebben we met het Haarlem college onze eerste pilotsessie georganiseerd. Met een bezoek van de staatssecretaris en vervolgens de Parnassiagroepprijs, kregen we steeds meer erkenning, ook intern.
Wat zijn je ambities met dit scholenproject?
‘Het scholenproject uitbreiden naar andere regio’s. Stapsgewijs, want we willen de juiste mensen betrekken. Daarnaast zijn we en blijven we inzetten op de complexe zorg, waar de druk hoog is. Dus hoe meer we aan de voorkant kunnen opvangen, hoe beter. Mentoren helpen waar je in gesprekken op kunt letten of jongerenorganisaties helpen om extra aandacht aan een kind te besteden die dat nodig heeft. Zo versterken we met elkaar de context.’
Kan er aan de zorgkant zelf ook wat veranderen?
‘Jeugdhulp kan leren van de spoedeisende hulp: prioriteiten stellen op basis van wat echt nodig is. Iemand met een snee in zijn vinger, laten ze wachten als er iemand binnenkomt met hartstilstand. Daar kunnen wij in de jeugdhulpverlening van leren. Wat is er echt nodig? Soms helpt meer begeleiding op school, in de wijk of bij ouders beter dan een behandeling. Het is niet erg als kinderen bij ons komen, maar liever kortdurend en gericht op de hulpvraag.’
Relevante links
- Meer over Jannet Jonk
- Alles over Youz
- Heb je interesse mee te werken aan het scholenprogramma?
- Meer over de Alliantie Mentale Gezondheid
Samenwerken Missie Mentaal
Wil jij zoveel mogelijk in de context oplossen en je kennis en kunde inzetten om iedereen weer weerbaarder te maken? Denk en doe met ons mee. Neem contact met ons op.
Heb je een voorbeeld, een vraag, verhaal of een idee? We delen graag, zodat anderen je weten te vinden.
Voor jou geselecteerd:
Hoe kan het dat mentale en fysieke klachten van vrouwen vaak worden gemist, verkeerd geïnterpreteerd of pas laat serieus genomen? Het gesprek, geleid door Tatjana Almuli, bracht een pijnlijk duidelijke realiteit naar voren.
Missie Mentaal bezocht en vertoont de Cintree-documentaire SAMEN. Met Hanna Verboom in gesprek leggen we lijntjes tussen het thema van de Week van de Mentale Gezondheid en deze persoonlijke film.
In dossier Druk! besteedt KRO-NCRV komende week in alle journalistieke programmering op radio, tv en online aandacht aan de mentale gezondheid van jongeren.